Uitspraken Tuchtraad 2021

Uitspraken Tuchtraad 2021

Uitspraak 2021-005 het handelen van aangeslotene bij afhandeling letselschade | de wijze van verzoek ondertekenen machtiging | mogelijkheid informatie uitwisselen tussen afdeling personenschade en arbeidsongeschiktheid aangeslotene

Door de voorzitter van de Geschillencommissie verwezen klacht.
Gegrond bevonden klacht.

Klager heeft aanspraak op een uitkering ingevolge zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering bij aangeslotene. Na een ongeval heeft klager zich bij aangeslotene gemeld in verband met een toename in zijn beperkingen. Naar aanleiding van de op dat ongeval betrekking hebbende letselschadeclaim van klager op de aansprakelijkheidsverzekeraar van zijn wederpartij, eveneens aangeslotene, heeft een onderzoek plaatsgevonden door een letselschade-expert van de aansprakelijkheidsverzekeraar. Vervolgens heeft aangeslotene aan klager gevraagd een machtiging te tekenen waardoor de fraude coördinatoren van de afdeling Personenschade van aangeslotene en haar afdeling Arbeidsongeschiktheid informatie konden uitwisselen. Aanvankelijk heeft klager geweigerd de gevraagde machtiging te ondertekenen. Nadat hem in een brief de mogelijke gevolgen kenbaar waren gemaakt van het niet ondertekenen van de machtiging, heeft hij, zich onder druk gezet gevoeld, de machtiging ondertekend. Deze tuchtklacht heeft betrekking op de wijze waarop aangeslotene heeft verzocht aan klager om de machtiging te tekenen en meer in het bijzonder op de vraag of bij het verzoek tot ondertekenen van de machtiging ongeoorloofde druk is uitgeoefend op klager en of is gedreigd tot fraude te concluderen als klager de machtiging waar aangeslotene om heeft gevraagd niet zou ondertekenen. De Tuchtraad komt na schriftelijke uitwisseling van standpunten en een mondelinge behandeling tot het oordeel dat aangeslotene door haar handelen de goede naam van het verzekeringsbedrijf, het aanzien van en het vertrouwen in de bedrijfstak, heeft geschaad, en legt aangeslotene de maatregel van een waarschuwing op.

2021-004 het handelen van aangeslotene na overname van de portefeuille en een door de door eerste aangeslotene ingeschakelde schaderegelaar gedane toezegging 

Door de voorzitter van de Geschillencommissie verwezen klacht.
Ongegrond bevonden klacht.

De klacht betrof de wijze van schadeafhandeling door aangeslotene na een verkeersongeval van klaagster. Meer in het bijzonder gaat het om de wijze waarop aangeslotene is omgegaan met de klacht dat de schaderegelaar van (de rechtsvoorgangster van) aangeslotene in strijd met de waarheid heeft ontkend dat hij een bepaalde toezegging heeft gedaan. Klaagster verwijt aangeslotene dat zij geen onderzoek heeft ingesteld naar het handelen van de schaderegelaar en dat zij ten onrechte de schaderegelaar telkens heeft gesteund.

De Tuchtraad stelt vast dat de gang van zaken ongelukkig is geweest en dat het valt te betreuren dat het zo lang heeft geduurd voor de waarheid rond de gedane toezegging aan het licht kwam. Toen aangeslotene het dossier overnam wist zij echter niet en hoefde zij ook niet te weten dat de schaderegelaar kort daarvoor onvoorwaardelijk had toegezegd dat een bedrag van € 2.500,- zou worden overgemaakt aan (de advocaat van) klaagster in verband met te maken kosten voor medische expertise en een deel van de advocaatkosten. Dit vernam aangeslotene pas eind 2018 toen de schaderegelaar dit toegaf bij het tuchtcollege van het NIVRE. Vóór die tijd is aangeslotene (evenals de eerste aangeslotene) afgegaan op het verhaal van de schaderegelaar dat het om een voorwaardelijke toezegging ging. Dit heeft aangeslotene in redelijkheid mogen doen. Aangeslotene heeft vervolgens correct gehandeld door haar excuses aan te bieden en het toegezegde bedrag onmiddellijk te betalen nadat de waarheid boven tafel was gekomen. De handelwijze van aangeslotene kan niet als tuchtrechtelijk verwijtbaar worden aangemerkt.

2021-003 het verwijzen van een klager naar de procedure bij Kifid

Door een belanghebbende ingediende klacht.
Gegrond bevonden klacht.

Deze tuchtklacht heeft betrekking op de brieven van aangeslotene waarin zij klager meermaals heeft gewezen op de mogelijkheid bij Kifid een klacht in te dienen, terwijl die informatie niet juist was. De klacht van klager ging over de afwijzing van aansprakelijkheid van een derde die bij aangeslotene tegen aansprakelijkheid was verzekerd. Kifid is sedert de totstandkoming van dat instituut niet bevoegd te oordelen in aansprakelijkheidskwesties waarin een derde- benadeelde (zoals klager) een vordering instelt. De Tuchtraad is van oordeel dat aangeslotene tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager ten onrechte naar Kifid te verwijzen. Ook is tuchtrechtelijk verwijtbaar dat aangeslotene niet wist dat de klacht van klager door Kifid niet kon worden behandeld. De Tuchtraad neemt hierbij in aanmerking dat aangeslotene ook niet zelf heeft uitgezocht waarom de klacht niet kon worden behandeld, toen klager haar dat gemeld had, terwijl zij in de veronderstelling verkeerde dat dat wel het geval was. Tenslotte is het tuchtrechtelijk verwijtbaar dat aangeslotene niet direct haar klachtprocedure aan een onderzoek heeft onderworpen teneinde te voorkomen dat zij in de toekomst opnieuw klagers ten onrechte naar Kifid zou verwijzen. De Tuchtraad heeft aangeslotene de maatregel van een berisping opgelegd.

2021-002 het handelen van aangeslotene bij afhandelen van schade en onderzoek na aanrijding; toepasselijkheid GPO
Door de voorzitter van de Geschillencommissie verwezen klacht.
Ongegrond bevonden klachten.

De eerste klacht betrof het wijzigen van het standpunt door aangeslotene na het aanvankelijk erkennen van de aansprakelijkheid. De Tuchtraad stelt vast dat sprake is van een fout en beschouwt het snelle herstel van en de gemaakte excuses voor deze fout voldoende en oordeelt dat de claim op correcte wijze is behandeld. De tweede klacht had betrekking op het interview met de klager om de toedracht van de aanrijding nader vast te stellen. Dit interview was geen persoonlijk onderzoek in de zin van de GPO. Er is geen aanwijzing dat de persoon van klager daarbij onderwerp van onderzoek is geweest. Het interview van de betrokkene is in artikel 7 van de GPO als bijzondere onderzoeksmethode genoemd waarvan bij het uitvoeren van een persoonlijk onderzoek gebruik kan worden gemaakt. Het betekent niet dat het afnemen van een interview meebrengt dat het onderzoek als een persoonlijk onderzoek moet worden aangemerkt. Blijkens het niet weersproken en door klager getekende verslag zijn aan klager geen vragen gesteld die te maken hadden met zijn persoonlijke levenssfeer. Daar komt nog bij dat klager voorafgaand aan het interview over het doel van het interview is geïnformeerd, de vader en vriendin van klager bij het interview aanwezig zijn geweest en nadien het verslag van het interview is voorgelegd aan klager. Klager heeft een aantal dagen tijd gehad om het verslag te lezen en daarover desgewenst een jurist te raadplegen. De handelwijze van aangeslotene kan niet als tuchtrechtelijk verwijtbaar worden aangemerkt.

2021-001 het handelen van de uitvoerder van de rechtsbijstand
Door belanghebbenden ingediende klacht.
Ongegrond bevonden klacht.
Het handelen van de door een aangeslotene ingeschakelde uitvoerder van de rechtsbijstand kan door de Tuchtraad (indirect) worden getoetst, gelet op de nauwe en structurele band tussen aangeslotene en uitvoerder. Anders dan klagers stellen, rust op een rechtsbijstandsverzekeraar geen verplichting om in het belang van de wederpartij een de-escalerende rol te vervullen. De wijze waarop de rechtsbijstand ten behoeve van de wederpartij van klagers is uitgevoerd, is niet van dusdanige aard dat sprake was van grensoverschrijdend gedrag jegens klagers waarvan uitvoerder zich had behoren te onthouden. Het is niet gebleken dat de behandelaar klagers lichtvaardig heeft aangesproken. Wel mocht van de behandelaar worden gevergd dat hij voortvarend had gehandeld na het inschakelen van het onderzoeksbureau en dat hij de wederpartij op de hoogte had gehouden. Dit is niet gebeurd maar dit levert geen tuchtrechtelijke verwijtbaar handelen op.