Uitspraken Tuchtraad 2021

Uitspraken Tuchtraad 2021

2021-002 het handelen van aangeslotene bij afhandelen van schade en onderzoek na aanrijding; toepasselijkheid GPO
Door de voorzitter van de Geschillencommissie verwezen klacht.
Ongegrond bevonden klachten.

De eerste klacht betrof het wijzigen van het standpunt door aangeslotene na het aanvankelijk erkennen van de aansprakelijkheid. De Tuchtraad stelt vast dat sprake is van een fout en beschouwt het snelle herstel van en de gemaakte excuses voor deze fout voldoende en oordeelt dat de claim op correcte wijze is behandeld. De tweede klacht had betrekking op het interview met de klager om de toedracht van de aanrijding nader vast te stellen. Dit interview was geen persoonlijk onderzoek in de zin van de GPO. Er is geen aanwijzing dat de persoon van klager daarbij onderwerp van onderzoek is geweest. Het interview van de betrokkene is in artikel 7 van de GPO als bijzondere onderzoeksmethode genoemd waarvan bij het uitvoeren van een persoonlijk onderzoek gebruik kan worden gemaakt. Het betekent niet dat het afnemen van een interview meebrengt dat het onderzoek als een persoonlijk onderzoek moet worden aangemerkt. Blijkens het niet weersproken en door klager getekende verslag zijn aan klager geen vragen gesteld die te maken hadden met zijn persoonlijke levenssfeer. Daar komt nog bij dat klager voorafgaand aan het interview over het doel van het interview is geïnformeerd, de vader en vriendin van klager bij het interview aanwezig zijn geweest en nadien het verslag van het interview is voorgelegd aan klager. Klager heeft een aantal dagen tijd gehad om het verslag te lezen en daarover desgewenst een jurist te raadplegen. De handelwijze van aangeslotene kan niet als tuchtrechtelijk verwijtbaar worden aangemerkt.

2021-001 het handelen van de uitvoerder van de rechtsbijstand
Door belanghebbenden ingediende klacht.
Ongegrond bevonden klacht.
Het handelen van de door een aangeslotene ingeschakelde uitvoerder van de rechtsbijstand kan door de Tuchtraad (indirect) worden getoetst, gelet op de nauwe en structurele band tussen aangeslotene en uitvoerder. Anders dan klagers stellen, rust op een rechtsbijstandsverzekeraar geen verplichting om in het belang van de wederpartij een de-escalerende rol te vervullen. De wijze waarop de rechtsbijstand ten behoeve van de wederpartij van klagers is uitgevoerd, is niet van dusdanige aard dat sprake was van grensoverschrijdend gedrag jegens klagers waarvan uitvoerder zich had behoren te onthouden. Het is niet gebleken dat de behandelaar klagers lichtvaardig heeft aangesproken. Wel mocht van de behandelaar worden gevergd dat hij voortvarend had gehandeld na het inschakelen van het onderzoeksbureau en dat hij de wederpartij op de hoogte had gehouden. Dit is niet gebeurd maar dit levert geen tuchtrechtelijke verwijtbaar handelen op.